Egbert in Austin: 'Teije'
| 02-07-2008
Teije Wijnterp is niet alleen een fantastisch (Flamenco) gitarist; hij is een aardige vent en een ontwerper van de electrische gitaar, waar elke gitarist bij voorbaat van staat te watertanden: de 'Teije S'. Zelfs gitaaricoon Les Paul is super enthousiast over deze gitaar. Randy Brown, Frans en ik zochten Teije op in Manor Texas, even buiten Austin. Hij ontvangt ons hartelijk en zet expresso. Onmiddelijk gaat het over zijn gitaren waarvan er een aantal in de kamer staan. Hij pakt zijn 'S' en sluit hem aan. Teije speelt een aantal rifs in allerlie schakelingen op de gitaar. Laat de 'S' praten, huilen; ik hoor poezie, rock, blues, folk... Er volgt een uitvoerige uiteenzetting over de configuratie van de eigengebouwde gitaar en pseudo 'Vox'-versterker. Over windingen op de elementen en waardeloze buizen uit Rusland. Teije speelt en vertelt. Twee van zijn medewerkers komen de werkplaats achter zijn huis uit en stellen een paar vragen. Ze zijn net zo enthousiast als Teije. Er moet nog veel overwonnen worden om de productielijn op gang te krijgen. Een aantel gitaristen wacht met smart op hun bestelling. Al pratend met Teije neemt Frans een video-interview op. Uiteindelijk nemen we afscheid, nog even samen op de foto met de gitaren op de achtergrond, die Teije met zijn vader bouwde. We praten nog even over onze plannen in Austin, over Drenthe en dan vertelt hij dat hij als kleine jongen met zijn ouders altijd op vakantie ging aan de Hoofdstraat in mijn geboorteplaats Grolloo. Misschien hebben we nog wel met elkaar gespeeld. We zijn allebei verbaasd dat hier in Texas alles bij elkaar lijkt te komen. De kroeg 'The Oaks Live' in Manor, waar ik vorig jaar speelde, blijkt zelfs zijn stamkroeg te zijn...
We rijden terug en komen weer langs 'The Oaks Live'. Het is gesloten en de parkeerplaats verlaten. Frans filmt nog wat en we herinneren ons dat we hier vorig jaar waren en dat ik hier optrad. We waren met cameraman Willem Hully van rtv Drenthe en onze helaas veel te vroeg overleden vriend Philip Brouwer.